Een satellietfoto van de Juliana van Stolberg school anno 2009. De willebrodusstraat blijkt vrijwel geheel herbouwd. Ook de Juliana van Stolberg school is herbouwd.
De kleuter klas van juffrouw Kip. Juffrouw Kip staat uiterst rechts en ik sta naast haar.
Mijn rapport boekje van de Juliana van Stolberg school. Klik hier om de cijfers te bekijken.
De eerste klas met juffrouw van Efferen
De tweede klas met juffrouw van Jongeneel
De vierde klas met meester Snoek tijdens een schoolreisje naar het Kralingsebos.
Op dit meisje waren alle jongens (ik ook) in de vierde klas verliefd. Zo liep harder dan alle jongens en werd daarom “zoef” genoemd.
Het getuigschrift dat ik bij het verlaten van de Juliana van Stolbergschool kreeg.
Voorbeelden van mijn vader;s voorliefde voor klein en draagbaar. Een STANDAARD SR3 TV’tje, een Toshiba 7 transistor radio (voor in het ziekenhuis) en een DICTACORD dictafoon.
Dit radiootje was ik helemaal vergeten tot ik het tijdens een vakantie in Londen in 2010 in het Science Museum in een vitrine zag liggen: de Sinclair Micromatic. Mijn vader heft het begin jaren zeventig gekocht volgens mij in dezelfde winkel op de bergweg waar hij het elektronische orgel vandaan kwam. Ik herinner me nog hoe we het daar in de etalage zagen liggen waarna het na korte tijd ook gekocht werd. Zoiets moest hij gewoon hebben. Het speelde op twee kleine knoop celletjes die toen nog heel schaars en duur waren. Ik heb het toestelletje nooit echt oren spelen.
Mijn vader krabbelde aantekeningen vaak in lege bladzijden van tijdschriftjes of agenda’s of zoals hier in een Philips buizenboekje.
Het schema van het ontvanggedeelte van de TELETOR voorzien van aantekeningen door mijn vader. Klik hier voor het volledige artikel.
Het inwendige van het SHARP toestelletje waar mijn vader zoveel maanden aan heeft gewerkt. Het toestel is een Sharp TRP-803, Hayakawa Electric Co. LTD. Japan.
Schema uit een halfgeleidergids dat mijn vader heeft willen gebruiken om een voeding te maken voor zijn draagbare Sharp TV’tje
De uiteindelijke voeding voor het Sharp TV’tje was een simpele ongestabiliseerde voeding.
De EE20/EE8 Philips experimenteerdoos van neef Jan
De GRUNDIG bandrecorder waarop Zwiebertjes en Ja-Zuster-Nee-Zusters werden opgenomen.
De elektronica experimenteer doos van Braun die mijn vader en ik bij Aurora Kontakt in de etalage hadden gezien, stond ook in een advertentie in Radio Bulletin.
De Decanijen, een rusthuis/herstellingsoord waar mijn vader rond 1966 een aantal weken verbleef. Mijn vader had een kamertje aan de achterkant.
Na de dood van mijn vader in 2000 hebben we in zijn portefeuille deze afscheidsbrief van mijn vader gevonden. De brief was oorspronkelijk gericht aan mij hoewel Ireen er in een later stadium aan toe is gevoegd, en is gedateerd 12 april 1966, ik was toen 5 en mijn vader zou nog ruim 35 jaar leven!
AMROH Uniframe chassis delen vormden tot in Moerdijk de basis voor allerlei geknutsel met buizen en oscilloscoopjes.
Dit hoorapparaat is afkomstig van een oom of tante. Het gebruikt drie buisjes die op 1.5V en 22V batterijtjes werken. Ik heb het in de Bergweg periode nog horen werken.
In de srie onzinnige artefacten van vroeger hoort ook dit: een oude Philips knijpkat uit de Tweede Wereld-Oorlog. Het Ding is nog door mijn vader in de oorlog gebruikt. We hebben er vroeger ongelofelijk veel mee gespeeld en het is een wonder dat hij nog steeds werkt en dat het originele lensje er ook nog steeds bijzit.
De serre op de Bergweg waar veel van het knutselwerk werd gedaan aan het kleine tafeltje. Op de achtergrond de achterkant van het Bergweg ziekenhuis. Let op de plantjes in de vensterbank en de door mijn vader aangelegde radiator.
Mijn “padvinders boekje” dat ik kreeg bij de gelofte.
Deze twee foto’s vondik toevallig op de website van de huidige Albert Schweitzer Scouting groep. Ze hebben eigenlijk niets met mij te maken, maar zijn van een zomerkamp in 1990. Toevallig laten ze twee dingen zien die ik me van het zomerkamp nog heel goed kan herinneren: de heetwater douche en het pannnerek. In het zomerkamp was gewoonlijk geen enkele fasciliteit zelf geen douche; die maakte we zelf. Eerst werd van boomstammen en planken een toren gemaakt waarin een oliedrum vol water een hele middag op een gasvlam stond op te warmen. Onder aan de toren waren aan een lat een aantal douche koppen bevestigd, waar onder we met 4 man tegelijk konden douchen. De hopman (Dijkmans) deelde shampoo uit en
timede en douche gebruik. Verder maakte iedere patrouille van boomstammetjes een kamp dat bestond uit een tafel en bank, een kooktoestel en … een pannenrek! Dit pannenrek heb ik altijd een van de meest bijzondere dingen gevonden. Het moest volgens de specificaties van de Hopman zo zijn geconstrueerd dat ‘de pannen niet bij het minst of geringste ten aarde storten!’
Op de lagere school werd ik veel geplaagd. Om mij wat weerbaarder te maken heb ik een paar jaar op Judo les gezeten. Tijdens de Judo les gerbuikte de leraar mij vaak als “slachtoffer” omdat ik er denk ik nogal stevig uitzag. Als ik dan weer eens een enorme worp had doorstaan, kreeg ik altijd weer te horen, “je moet nog afslaan!” Ik heb de gele band met goranje slippen gehaald. Op de kaart hierboven is de gele band afgetekend op 6 maart 1969. De andere banden zijn door mijzelf afgetekend nog in Rotterdam.
Mijn zwemdiploma’s gehaald in 1970. Het begin van zwemles had nogal wat voeten in de aarde. Ik wilde absoluut! Toen via de post de leskaart kwam heb ik die in een enorme huilbui proberen te verscheuren. Later vod ik het toch wel leuk. Mijn moeder bracht ons iedere woensdagmiddag naar het sportfondsebad. Volgens mijn moeder heb ik eindeloos in het kikkerbadje staan springen voor ik aan mijn eerste diploma kon beginnen. Als we thuis kwamen had meestal mijn vader gekookt. Dat was altijd iets bijzonders zoals gewone OZEWOZE of plakken OZEWOZE!
Voor kinderen in de stad van wie de ouders geen tuin hadden, bestond er in Rotterdam destijds het fenomeen schooltuintjes. In 1972 heb ik een jaar lang zo’n schooltuintje gehad. Het terrein van de schooltuintjes was gelegen aan de Gordelweg, tegen wat nu de snelweg is. Iedereen had een stukje grond van ongeveer anderhalve meter breed en enkele meters lang. Onder leiding van een oude tuinman werd het stukje grond bewerkt. Vooraan je initialen in sterrekers. Naar achter toe werden de planten hoger. Helemaal achterin stond een rij snijbloemen. Het was eigenlijk heel leuk.